materiaal
1 spelbord, 55 kaarten (11 kaarten van elk van de vijf verschillende symbolen), 65 zwarte en 10 rode begrenzingen en voor elke speler: 4 stadshouders en 1 telsteen in zijn spelerskleur
begin
Het spelbord toont een kaart van het rijk van Alexander de Grote, en is onderverdeeld in driehoekige velden. Sommige velden zijn leeg, andere tonen één van de in totaal vijf verschillende symbolen. Het spelstuk Alexandros wordt op zijn startveld op het spelbord geplaatst.
Ook de kaarten tonen één van de vijf verschillende symbolen. De kaarten worden geschud en als gedekte trekstapel neergelegd. Vervolgens worden twee kaarten in een open etalage neergelegd. Elke speler ontvangt één kaart in zijn hand en de spelstukken (=stadhouders) in zijn spelerskleur.
Het spel wordt gespeeld in de richting van de klok.
verloop
Elke speler begint zijn beurt met het verplaatsen van Alexandros. Hij neemt één van de twee openliggende kaarten in zijn hand en verplaatst Alexandros naar een hoekpunt van de dichtstbijzijnde
vrije driehoek met een overeenkomstig symbool. (Een driehoek is vrij, als langs geen van de zijden zwarte staafjes zijn geplaatst.) Alexandros moet de kortste route nemen. Vervolgens legt de speler zwarte staafjes (=grensafscheiding) op alle lijnen langs de genomen route. De etalage wordt weer aangevuld tot twee kaarten. Om Alexandros te verplaasten, kan de speler er ook voor kiezen een kaart uit zijn hand te spelen in plaats van één van de openliggende kaarten te nemen.Vervolgens kiest de speler twee van de volgende acties:
- Een kaart nemen.
- Een stadhouder in een provincie plaatsen.
- Belasting innen.
- Een eigen stadhouder terug op voorraad nemen.
De speler mag ook twee dezelfde akties uitvoeren, met uitzondering van de aktie 'belasting innen'.
ad 1. De speler kan kiezen of hij een kaart van de trekstapel neemt of een kaart uit de open etalage.
ad 2. Een nieuwe provincie ontstaat als één of meer velden compleet is omgrensd. De rand van het bord telt ook als grensafscheiding. De speler mag een stadhouder op een veld met een symbool naar keuze plaatsen. Bevat de provincie nog meer vrije symboolvelden, dan moet de speler voor elk vrij symboolveld, een overeenkomstige symboolkaart afleggen. Hij mag in plaats daarvan ook een stadhouder uit zijn voorraad op dit veld plaatsen, maar dan levert de provincie bij het belasting innen geen punten op. De speler kan ook een provincie van een medespeler overnemen. De speler moet dan eerst per bezet veld twee kaarten met het overeenkomstige symbool spelen.
ad 3. Om belasting te mogen innen, speelt de speler een kaart waarvan het symbool overeenkomt met het veld waarop één van zijn stadhouders staat. Vervolgens telt elke speler het aantal lege (=lichtbruine) velden in zijn provincies. Het totaal aantal velden telt als punten.
ad 4. De speler neemt een eigen stadhouder van het bord, terug op voorraad.
Aan het eind van zijn beurt wordt de etalage weer aangevuld tot twee.
eind
Het spel eindigt als alle zwarte staafjes op het bord zijn geplaatst, of als een speler meer dan 100 punten heeft bereikt. De lopende beurt wordt nog afgerond. De speler met de meeste punten is de winnaar van het spel.
waardering van andere sites
toelichting: Elke balk geeft de waardering van een site weer. AnderSpel bijvoorbeeld geeft dit spel een 7.In het laatste gekleurde blokje staat dan ook 7. Hoe breder het blokje, hoe meer spellen een 7 hebben. De lege blokjes aan het eind van de balk geven de hoeveelheid spellen aan die een hogere waardering kregen.