verloop
Stapelwoord wordt gespeeld in de richting van de klok. In zijn beurt legt de speler één of meer letters van zijn opzetplankje op het spelbord. Vervolgens vult hij zijn letters aan tot 7 met letters uit de zak. De speler kan ook passen of een letter van zijn opzetplankje ruilen voor een letter uit de zak.
De startspeler legt een woord waarbij minstens één letter op één van de vier startvelden ligt. Elke volgende speler vormt een woord dat vast zit aan een reeds geplaatst woord of hij stapelt één of meer letters bovenop een ander woord om dat te veranderen.
Een stapel kan niet hoger worden dan 5 letters. De letters die een speler op het bord plaatst, moeten met alle andere letters waar zij aan grenzen een nieuw woord vormen. De speler mag met zijn letters slechts aan één woord bouwen (horizontaal of verticaal), hierbij kan het wel gebeuren dat er meerdere woorden worden gevormd.
Bijvoorbeeld: op het spelbord ligt het woord 'NOG'. De speler legt een E boven de N van 'NOG' en een D hiervoor. Hij heeft dus het woord 'DE' gemaakt en daarbij ook het woord 'EN' gevormd. De volgende speler kan een I op E plaatsen en er een T naast leggen. Hij maakt hiermee het woord 'DIT' en heeft tevens het woord 'IN' gevormd.
De puntentelling: de speler ontvangt een punt voor elke letter in de woorden die hij heeft gevormd. Als de speler een woord verandert door te stapelen ontvangt hij een punt voor elke letter in alle stapels van dat woord. Als alle letters van het woord op de begane grond liggen, worden de punten van dat woord verdubbeld. Als de speler een F, Q, X, Y of Z neerlegt, telt deze letter voor 2 punten. Als een speler al zijn 7 letters in één beurt plaatst, ontvangt hij 10 bonuspunten.