materiaal
1 spelbord, 220 vragenkaartjes (2 scenario's per vragenkaart), 1 dobbelsteen en voor elke speler: 1 spelfiguur in zijn spelerskleur


De spelers proberen door het goed beantwoorden van vragen als eerste de finish te bereiken.
1 spelbord, 220 vragenkaartjes (2 scenario's per vragenkaart), 1 dobbelsteen en voor elke speler: 1 spelfiguur in zijn spelerskleur


Het spelbord toont een spoor van start naar finish. Elke speler plaatst de spelfiguur in zijn spelerskleur op het startveld.

Worst Case Scenario wordt gespeeld in de richting van de klok. In zijn beurt gooit de speler met de dobbelsteen. Vervolgens leest de speler rechts van hem een vraag voor met de drie mogelijke antwoorden. Bijvoorbeeld: Hoe krijg je water uit een cactus? Als de speler de vraag goed heeft beantwoord, mag hij zijn spelfiguur net zoveel vakjes vooruit zetten als het aantal ogen op de dobbelsteen aangeeft. Als de speler de vraag fout heeft beantwoord, mag de vragensteller zijn spelfiguur verplaatsen! Vervolgens gaat de beurt naar de volgende speler.
De speler die als eerste op (of over) de finish komt, is de winnaar van het spel.
Je kunt het spel ook prima spelen zonder spelbord. Als de speler de vraag goed heeft beantwoord, ontvangt hij het vragenkaartje. Als de speler de vraag fout heeft beantwoord, ontvangt de vragensteller het vragenkaartje. Vervolgens gaat de beurt naar de volgende speler. Welke speler heeft na een afgesproken tijd de meeste kaartjes verzameld?