intro
De spelers kruipen in de huid van vogels die te gast zijn in een sushibar en dobbelen om de lekkerste hapjes. Maar als je niet een paar graatjes op de koop toeneemt, sta je met lege handen!
materiaal
24 sushistenen (12 rode graatjes en 12 blauwe sushi-rolletjes) en 5 speciale dobbelstenen
begin
De 12 rode stenen (graatjes) en de 12 blauwe stenen (sushi) worden gedekt geschud en per kleur in willekeurige volgorde open op een rij gelegd. De rode graatjes hebben een negatieve waarde (-4 t/m -1) en de blauwe sushi hebben een positieve waarde (+1 t/m +6). De 5 speciale dobbelstenen tonen 2× sushi, 2× graatje, 1× blauwe eetstokjes en 1× rode eetstokjes.
verloop
'Geharrewar in de Sushibar' wordt gespeeld in de richting van de klok. In zijn beurt gooit de speler één of meer keren met de dobbelstenen. Zijn eerste worp is met vijf dobbelstenen. Nu zijn er twee mogelijkheden:
- De speler neemt één steen.
- De speler legt één of meer dobbelstenen terzijde en werpt de overige dobbelstenen nog een keer.
De speler legt zijn verkregen steen open voor zich neer. In de loop van het spel maakt hij een stapel met sushistenen en een aparte stapel met graatjesstenen, waarbij de nieuwste steen steeds open bovenop de juiste stapel wordt gelegd.
Welke steen de speler kan pakken is afhankelijk van zijn worp: - 1 of meer sushi: de speler telt het aantal sushi in zijn totale worp (5 dobbelstenen) en neemt precies die sushisteen, van links af geteld. Dus bij een worp met 3 sushi, neemt hij de derde sushisteen van links.
- 1 of meer graatjes: idem, maar nu neemt de speler een graatjessteen.
- 3 blauwe eetstokjes: de speler neemt de bovenste sushisteen van een speler naar keuze.
- 3 rode eetstokjes: idem, maar nu neemt de speler een graatjessteen.
- 4 of 5 blauwe eetstokjes: de speler neemt een willekeurige sushisteen van een speler naar keuze, maar de speler mag de stapel niet doorkijken!
- 4 of 5 rode eetstokjes: idem, maar nu neemt de speler een graatjessteen.
Als de speler na zijn worp geen steen kan of wil nemen, legt hij één of meer dobbelstenen terzijde. Hij is helemaal vrij in zijn keuze: de dobbelstenen hoeven niet hetzelfde symbool te tonen. Hij werpt een tweede keer, met de overige dobbelstenen. Hij bekijkt zijn totale worp (= 5 dobbelstenen) en heeft weer twee mogelijkheden: steen nemen of dobbelste(n)en terzijde leggen. De speler mag in totaal 3 keer gooien. Zodra de speler een steen heeft genomen, gaat de beurt naar de volgende speler. Als de speler na drie worpen nog geen steen kan nemen, moet hij de graatjessteen met de laagste waarde uit de rij nemen.
eind
Het spel eindigt zodra beide rijen stenen op zijn. Nu tellen de spelers hun punten: als de speler meer blauwe dan rode stenen heeft, moet hij de bovenste blauwe steen afleggen, tot beide stapels even hoog zijn. Maar niet andersom: een speler kan wel meer rode dan blauwe stenen hebben! De speler met de meeste punten is de winnaar van het spel.
waardering van andere sites
[toelichting: Elke balk geeft de waardering van een site weer. AnderSpel bijvoorbeeld geeft dit spel een 8.In het laatste gekleurde blokje staat dan ook 8. Hoe breder het blokje, hoe meer spellen een 8 hebben. De lege blokjes aan het eind van de balk geven de hoeveelheid spellen aan die een hogere waardering kregen.]