Een slagenspel met een twist.
begin
Afhankelijk van het aantal spelers wordt een aantal kaarten uit het spel genomen. Elke kaart heeft een kleur (rood, geel, blauw, grijs of bruin) en een waarde (1 t/m 15).
Elke speler ontvangt de fiches (= piraten) in zijn spelerskleur. Het spelbord toont vier eilanden en zes schepen, één in elke kleur en een neutraal schip. Elk schip heeft drie plaatsen: de middelste plaats is voor de kapitein en de plaatsen links en rechts hiervan zijn voor de matrozen.
verloop
De spelers spreken af hoeveel ronden worden gespeeld. Aan het begin van een ronde worden de kaarten geschud en gelijk over de spelers verdeeld.
Eerst wordt de troefkleur bepaald. De spelers kiezen in het geheim een kaart uit hun hand en leggen deze tegelijk open neer. De kaart met de hoogste waarde is de troefkleur. Bij gelijke stand wordt gekeken naar de kaart met dan de hoogste waarde. De gespeelde kaarten worden uit het spel genomen, tot de volgende ronde begint.
Nu start het eigenlijke spel. De startspeler legt een kaart naar keuze open neer. De volgende speler moet de kleur volgen. Als hij dat niet kan, mag hij een kaart naar keuze spelen. Hij mag dan ook een kaart in de troefkleur spelen. De speler met de hoogste waarde wint de slag, tenzij een kaart met een troefkleur is gespeeld. Dan wint de speler met de hoogste troefkaart.
De winnaar van de slag neemt de kaarten gedekt voor zich en plaatst een piraat in het schip met de kleur van de eerste kaart van de slag. Bevat een slag drie of meer verschillende kleuren, dan wordt de piraat op het neutrale schip geplaatst. De piraat komt op de kapiteinsplaats. Staat hier reeds een piraat, dan wordt deze naar een matrozenplaats geschoven. Staat hier al een piraat, dan valt deze in het water. Deze verdreven piraat wordt op het eerste eiland geplaatst. Op elk eiland is ruimte voor slechts één piraat. Komt hier een piraat bij, dan wordt de eerste piraat naar het volgende eiland geschoven. Als een piraat van het vierde eiland wordt verdreven, komt deze terug in de voorraad van de speler.
De winnaar van de slag kan (in het geval dat hij al een piraat op het betreffende schip heeft staan) er ook voor kiezen deze met een piraat naar keuze van plaats laten wisselen.
De winnaar van de slag mag zijn gewonnen slag (met de eventuele overige kaarten die hij voor zich heeft liggen) aan zijn linker- of rechterbuurman geven. Vervolgens speelt hij een nieuwe kaart.
De ronde eindigt zodra alle kaarten zijn gespeeld. De punten worden geteld: een kapiteinsplaats levert 5 punten en een matroos 1 punt. Een piraat op een eiland levert 1, 2, 3 of 4 strafpunten. De speler met de meeste kaarten voor zich ontvangt 4 strafpunten, de speler met dan de meeste kaarten ontvangt 2 strafpunten. De punten worden genoteerd en de volgende ronde begint.
Let op: aan het eind van de ronde blijven de piraten op hun plaats op het spelbord staan.
strategie
Als je eenmaal een piraat op een kapiteinsplaats hebt staan, moet je zorgen dat je deze daar houdt! Probeer in ieder geval niet zelf met een kaart in deze kleur te beginnen, als je niet zeker bent dat deze kaart de hoogste wordt en dat geen troefkaart wordt gespeeld!
waardering van andere sites
toelichting: Elke balk geeft de waardering van een site weer. AnderSpel bijvoorbeeld geeft dit spel een 6.In het laatste gekleurde blokje staat dan ook 6. Hoe breder het blokje, hoe meer spellen een 6 hebben. De lege blokjes aan het eind van de balk geven de hoeveelheid spellen aan die een hogere waardering kregen.